#MIJNWERELD
De wereld van... Ricci Janssen
“Leer je talen. En ga, als je de kans krijgt, voor langere tijd naar het buitenland.”

Door Madelon de Meijer
Kandinsky College Nijmegen opent je wereld, dat is onze slogan. Maar wat betekent het eigenlijk? Hoe jouw wereld voor je open gaat, is voor iedereen anders. In het Kandinsky Nieuws geven medewerkers antwoord op de vraag: wat heeft hun wereld geopend? Dit keer is het de beurt aan Ricci Janssen, docent Frans, Italiaans, digitale geletterdheid én mentor.
Met een volgepakte auto en een besneeuwd Zwitsers landschap voor zich reed Ricci Janssen op zijn twintigste naar Italië. Zonder te weten dat dit zijn leven zou veranderen. Zijn achternaam verraadt zijn Nederlandse roots, al voelt hij zich daar minder mee verbonden. “Ik besta eigenlijk uit drie helften; Hongaars, Nederlands en Italiaans. Ik ben Italiaans in mijn hart, niet in mijn bloed en dat vind ik net zo belangrijk.”
Fantasiewereld
In het Limburgse Venlo groeide Ricci op in zijn eigen wereld. Op zijn slaapkamer kwamen Lego, soldaatjes, auto’s en Dragon Ball Z samen. Met ouders die veel van huis waren en halfzussen die al uit huis waren was Ricci veel op zichzelf aangewezen. Hij werd vroeg zelfstandig. “De afwezigheid van mijn ouders heeft me gevormd. Ik heb geleerd om me alleen te redden. Ik weet wel dat ik het zelf anders wil.”
Als zoon van een Hongaarse moeder en een Nederlandse vader sprak hij zijn eerste levensjaren alleen Hongaars. Later kwam daar Nederlands en Limburgs bij en “ja, die laatste is echt een taal.”
Alleen zijn heeft hij nooit echt moeilijk gevonden. “Ik kan heel goed met mezelf zijn en verveel me nooit. In teams werken vind ik leuk, maar alleen gaat het ook prima.”
Als puber bracht hij veel tijd door achter zijn computer met gamen. Die kreeg hij vlak voordat hij naar de middelbare school ging. “Mijn ouders hadden het niet breed. De eerste jaren was er geen geld voor een computer.”
De wereld in
In 2010 vertrok hij naar Bologna. Samen met zijn vader reed hij door het sneeuwlandschap van Zwitserland naar Italië. Eenmaal aangekomen zette hij zijn spullen in zijn kamer. Later noemde hij dat gekscherend zijn prinsessentorentje. “Ik vroeg mijn vader of hij even wilde blijven, maar hij vertrok meteen.”
Hij was opnieuw op zichzelf aangewezen. Dit keer niet omdat het zo liep, maar omdat hij er zelf voor had gekozen. “Daar zat ik dan. Geen vrienden, geen familie. Ik moest het zelf doen.”
De keuze om naar Italië te gaan bleek bepalend te zijn voor de rest van zijn leven.
Veelbetekenende vriendschappen
Waar veel Erasmusstudenten aan elkaar bleven kleven, de Duitsers bij Duitsers en de Spanjaarden bij Spanjaarden, zocht Ricci wat anders in zijn vriendschappen. Hij belandde in een vriendengroep met twaalf verschillende nationaliteiten. Er was één duidelijke afspraak: met elkaar spraken ze Italiaans. “We hadden dezelfde mindset.”
De groep veranderde zijn blik op de wereld. Hij maakte kennis met andere wereldbeelden en verschillende perspectieven. “Ik begon mezelf vragen te stellen. Ben ik het eens met mijn Nederlandse perspectief op de wereld? Hoe ben ik onderwezen en wat is er belangrijk als je bij iemand thuis komt? Ik ben op zoek gegaan naar de cultuur waar ik me het meest senang bij voelde.”
Uiteindelijk bleek Ricci een grote klik te hebben met de Italiaanse en Braziliaanse cultuur. “In die culturen draait alles veel meer om gevoel. Er is aandacht voor lichaam, geest én ziel. Voor dat laatste is er in de Nederlandse cultuur maar weinig aandacht.”
Langzaam heeft het hem doen veranderen. “Ik deed alles op zijn Italiaans, net in de levensfase waarin je als tiener groeit naar jongvolwassene. Ik was een laatbloeier en ben nooit echt een puber geweest. In Italië ben ik volwassen geworden. Omdat het moest.”
Terug in Nederland
Zijn terugkomst in Nederland voelde als een klap. “Mensen zeiden dat ik was veranderd. Ik ben daar anders in het leven gaan staan en volwassener geworden. Met hulp van een goedwillende docent kreeg hij de kans om opnieuw naar het buitenland te gaan, dit keer naar Spanje. In Granada vond hij opnieuw de Zuid Europese cultuur waar hij zo van genoot; de zon, de mensen en het eten. “Ik kon daar prima aarden, maar het was geen Italië.”
Terug uit Spanje begon het huisje, boompje, beestje verhaal. “Ik was klaar met mijn studie en gaf in de avonduren les op de Volksuniversiteit.” Hierna werkte hij jarenlang op verschillende plekken in het land.
Italië blijft trekken
Toch blijft Italië trekken. “Ik ontbijt niet Nederlands en brood sla ik over. Fietsen trouwens ook. Mijn huis is niet typisch Nederlands ingericht.” De belangrijkste reden dat hij hier nog is, is zijn zoon. “Maar ik sluit niet uit dat ik later weer vertrek”.
Voor de klas
Zijn ervaringen neemt hij mee het klaslokaal in. “Ik voel vaak goed aan wat er speelt bij een leerling. Dat is mijn intuïtie, het stukje ‘ziel’ waar ik het eerder over had.” Ook besteedt hij bewust veel aandacht aan de culturen die samenkomen in het klaslokaal. “Ik weet hoe het is om ‘de ander’ te zijn. Dat is niet alleen lastig, maar kan juist ook een kracht zijn.”

Één advies
Als hij leerlingen en collega’s één ding mag meegeven, hoeft hij niet lang na te denken: “leer je talen. En ga, als je de kans krijgt, voor langere tijd naar het buitenland.”