#INBEELD

Wiskundedocent
Josephine Bu
skes

Wiskunde
is een
spannend vak


Josephine Buskes is van de oude stempel, zegt ze zelf. Ze heeft een passie voor haar leerlingen en voor de wiskunde. Met apparaten heeft ze niets, rekenen doet ze uit haar hoofd. De laptop van school mag ze bijna inleveren, want na 41 jaar gaat Josephine Buskes met pensioen. Daarmee neemt het Kandinsky afscheid van een docent die door leerlingen op handen wordt gedragen.

“Wiskunde is ook een wetenschap die steeds in beweging is,
er gaan steeds weer nieuwe vensters open”

Kick

‘Ik wist op de basisschool al dat ik juf wilde worden. Dat is mijn moeder ook geweest. Het proces van iemand iets leren, stond mij aan. En op de middelbare school vond ik wiskunde een gaaf vak. De kick die het geeft als je een probleem krijgt opgelost, het samen puzzelen totdat het klopt- dat heb je bij vakken als aardrijkskunde of geschiedenis niet. Dus ben ik wiskunde gaan studeren, met als doel om het onderwijs in te gaan. Daar heb ik nooit spijt van gehad.

Een nieuwe wereld

Ik weet nog wel dat ik halverwege mijn studie ineens de angst kreeg dat ik het helemaal niet kon. Dat ik zo’n leraar zou worden die de klas niet in de hand had. Wat moest ik, als het me niet zou lukken? Maar eenmaal voor de klas ging het goed. Ik vond het contact met de leerlingen heel gezellig. Excursies, op kamp gaan, uitjes organiseren over wiskunde- soms verbaasde ik me over hun enthousiasme. Ik weet nog dat ik een proefles wiskunde D gaf aan een klas, en dat ik een nieuw getallenstelsel introduceerde. Er ging een wereld voor ze open.

Wiskunde is overal

Wiskunde is een fascinerend vak, vol geheimzinnigheid. Het is een wetenschap die volledig door mensen is bedacht, de enige die niet gebaseerd is op experimenten. Maar het fantastische is, dat wiskunde heel veel toepassingen heeft in het dagelijks leven en in de natuur. Het past gewoon. Wiskunde is ook een wetenschap die steeds in beweging is, er gaan steeds weer nieuwe vensters open. Hoe dieper je graaft, hoe meer samenhang je ontdekt. En wiskunde is een taal, met symbolen en grammatica, die vrij universeel is. Ik spreek geen woord Russisch, maar een Russisch wiskundeboek kan ik volgen.

Gek mens

Ik heb mijn fascinatie voor wiskunde altijd over kunnen brengen op leerlingen. Soms verbaas ik ze met mijn gedrevenheid. Ik kom uit een tijd waarin er geen rekenapparaat was, dus ik kan goed hoofdrekenen. Als ik dat voor de klas sta te doen, zie ik ze soms denken: jemig, wat een gek mens. Maar ze gaan het ook uit zichzelf zonder rekenapparaat doen. We stimuleren dat door proefwerken te geven zonder rekenmachine. Dat geeft eerst gesputter, maar gaandeweg vinden ze het fijn om op zichzelf aangewezen te zijn. Het helpt je te focussen op het vraagstuk.

Wedstrijdje

Ik geniet enorm van de contacten met leerlingen. Ze mogen me wel. Ik ben heel duidelijk en direct, maar dat kunnen ze ook tegen mij zijn. Ik kan openlijk zeggen: dat was stom van mij. Dan is de onvrede vaak meteen uit de lucht. Ik hou van spelletjes, voer met proefwerken altijd competitie met de parallelklas. Als wij de beste resultaten halen, trakteer ik op chocola. Bij de examens van havo 5 had ik een etentje beloofd voor een uitzonderlijke score. Die was er niet, maar het etentje kwam er toch, gewoon voor de gezelligheid.

Boos in het Engels

Een bijzondere tijd op het Kandinsky college was voor mij de invoering van tweetalig onderwijs. Dat heeft mijn lesgeven echt een boost gegeven. Ik gaf al lang les en had alles wel zo’n beetje gezien, dacht ik. Maar ineens was alles weer nieuw. Zat ik met een groepje van zeven leerlingen, die niets begrepen van wat ik zei. Dat vroeg een andere aanpak. Superleuk vond ik dat. Ik heb zelfs opnieuw ‘boos’ moeten leren worden, in het Engels.

Soms verbaas ik ze met mijn gedrevenheid

41 jaar lesgeven is een lange tijd. Ik heb me altijd als een vis in het water gevoeld, maar laatst dacht ik: ik heb mijn hele leven op school gezeten. Het lijkt me heerlijk dat het straks voorbij is. We gaan verhuizen naar de randstad, dichter in de buurt van onze dochter. We wonen nu in het groen, zonder buren, dus de overgang zal wel groot zijn. Ik ben een fanatiek hardloopster, heb straks alle tijd om aan runs mee te doen. Ik kan naar wiskundeconferenties gaan zonder verplichtingen, gewoon gaan volgen wat ik leuk vind. Ik verheug me op dat vrije bestaan.

Het klinkt misschien gek, maar ik ga de school niet missen. Ik heb veel herinneringen die me bij blijven. Ik heb ervan genoten, het is mooi geweest, de wiskunde en het tweetalig onderwijs heeft me de wereld overgebracht. Maar missen? Nee, dat denk ik niet.’