#TOPPRESTATIE

Tijd voor vernieuwing

Thijs Kersten strijdt voor de rechten van mindervaliden in Uganda


door Thijs Kersten (v5e)

Ik spreek het laatste woord uit van mijn toespraak en wacht af, in een stilte van korte duur. Spoedig begint het applaus, begint het gejuich, vanuit elke hoek van het grote veld, waar meer dan vijfduizend Ugandezen van elke stand hun plek gevonden hebben. Zij, voornamelijk leden van de Acholi-stam, trekken massaal uit de tenten die beschutting bieden tegen de Afrikaanse zon, en trekken mij met zich mee. De Acholi-zanger grijpt de microfoon en muziek zwelt aan. Ze laten zien hoe men er danst: het is tijd vernieuwing te vieren.

Van 1 tot 11 januari verbleef ik, Thijs Kersten, in de Afrikaanse staat Uganda. In het kader van de Internationale Stage (International Orientation, voor de preciezen) kreeg ik de mogelijkheid om naar dit land te gaan, zodat ik hier de rechten van invaliden en het algemeen welzijn van de Ugandese volkeren kon verbeteren. Hiervoor heb ik toespraken gehouden voor politieke en religieuze machthebbers maar ook voor de inwoners, heb ik interviews gegeven aan nationale media, en gesproken met ouders van mindervaliden om ervoor te zorgen dat deze kinderen eindelijk naar school kunnen.

Schaamte

De situatie van gehandicapten in Uganda is kritiek, zoals het geval is in het merendeel van de Afrikaanse landen. Gehandicapten worden gezien als minderwaardig, er is schaamte, en over schaamte wordt niet gesproken. Dit resulteert meestal in twee uitkomsten voor de mindervaliden: zij worden thuisgehouden, zodat niemand van hun bestaan weet, en krijgen geen kansen zich te ontwikkelen; of – een optie waar vaker voor gekozen wordt – de kinderen verhongeren en zijn daardoor geen last meer.

Wens om te leren

Dit is de voornaamste reden waarom ik naar Uganda gegaan ben. Mijn stage begon met het houden van een toespraak voor mindervaliden, op 5 januari. Hierna mocht ik in gesprek met de bevolking en de leiders van Uganda, en ben ik op bezoek gegaan bij een grote familie met een invalide zoon. De grootvader was vermoord voor de ogen van de moeder, de vader had haar tijdens de zwangerschap mishandeld; hierdoor werd haar zoon gehandicapt geboren. Echter er wordt niet over dergelijke schaamte gepraat in de Ugandese samenleving, en zo werd mij verteld dat ze tijdens de zwangerschap voorover gevallen was.


Door alles wat haar familie overkomen was, heerste er bij de moeder een grote angst dat haar zoon iets zou overkomen als hij niet bij haar zou zijn. De jongen is achttien jaar en heeft nog nooit een school gezien. Tegen mij sprak hij, met de hulp van een Acholi-Engels vertaler, over hoe fijn hij het zou vinden als hij meer kon leren over zijn land en, voornamelijk, over de sterren. Ik heb zijn moeder verteld over zijn wensen, omdat ik niet geloofde dat zij het serieus genoeg nam. Ze was bang, maar op een gegeven moment was ze overtuigd van de positieve invloed die onderwijs op haar zoon zou hebben. Ze heeft gezegd dat ze haar best zou doen om hem naar school te laten gaan, maar of ze hierin door zal zetten, is voorlopig een raadsel.

Vredeshandhavers

In de dagen na deze bezoeken ben ik het land doorgetrokken. In de hoofdstad, Kampala, stonden meerdere dagen enkele interviews gepland. Ik kan mij nog de achtste januari herinneren, toen een interview gepland stond met de Ugandese Daily Monitor, een nationale krant. Ik kreeg de vraag in hoeverre het mogelijk zou zijn voor Uganda om verandering te accepteren. Ik antwoordde dat ik van mening was dat er niet veel zou gebeuren in Uganda met de huidige corruptiecultuur (uiteraard subtieler dan dat ik het nu verwoord). Het volgende moment kwamen vredeshandhavers (een ietwat beleefdere term voor gewapende soldaten) naar me toe en werd ik geïnstrueerd mijn woorden terug te nemen. Dit incident, gecombineerd met wat ik in mijn toespraak had gezegd, heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat tot op heden géén van mijn interviews gepubliceerd is door de Ugandese kranten of is uitgezonden op de radio en dat ik, volgens mijn contacten daar, door de overheid als een redelijke dreiging beschouwd word vanwege mijn strijd voor mensenrechten in het land.

Ik heb echter niet alleen de minpunten van Uganda gezien, maar ook de onophoudelijke positiviteit en het doorzettingsvermogen van de Ugandezen. Ik hoop dat er in de toekomst verandering zal komen in het land, dat er eindelijk een verbetering zal komen in de onrechtvaardigheid die het land domineert.

GEDICHT VAN THIJS


De nacht heeft duizend oren, en stil luisteren zij naar de weergalmende geluiden van het geweld.

De ochtend heeft duizend ogen, en kalm aanschouwen zij de aankomst van verandering.

De middag heeft duizend monden, en jubelend in euforie schreeuwen zij uit naam van een horizon waar rechtvaardigheid voor hen schuilt, een horizon die steeds dichterbij komt.

Vond je dit een interessant artikel?
Deel het met je vrienden!