#INBEELD

Mentoren Jojanneke Sengers en Luc Bouman

“Aardig zijn en interesse tonen
is nooit verkeerd.”


door Ans Kieskamp

De uitdagingen van onze mentoren

“Doel is om leerlingen op een fijne manier naar het examen te brengen en dat te halen.”

Jojanneke, mentor mavo 4-klas

“Leerlingen helpen om hun plekje te vinden, in de klas en hier op school.”

Luc, mentor klas 1

Ik ben Jojanneke Sengers, docent Nederlands op deze fijne school. Ik woon in Heumen, samen met vriend en twee kindjes. Ik werk sinds 2011 op het Kandinsky. Mijn eerste baan was op de Technische School Jonkerbosch, hier in Nijmegen. Daar ben ik opgevoed qua onderwijs. Daarna heb ik nog enkele jaren op het Mondial gewerkt om daarna op het Kandinsky te gaan lesgeven. Met veel plezier, tot nu toe. Naast allerlei andere grotere en kleinere taken, vind ik vooral het lesgeven en omgaan met pubers erg leuk en verfrissend. Buiten school om vind ik reisjes maken erg fijn, ben ik graag buiten, kook ik lekker en maak ik sieraden van zilver en goud. Oh ja, en ik lees natuurlijk boekenkasten uit om bij te houden wat leerlingen allemaal lezen!

Ik ben Luc Bouman, geboren in Grave en woonachtig in Nijmegen. Ik woon sinds een half jaar samen met mijn vriendin Eline. Dit is mijn tweede jaar op het Kandinsky College. Hiervoor heb ik een jaar in Zeist gewerkt. Naast dat ik voor de klas sta, houd ik enorm van sporten. Als jong keepertje voetbalde ik al 5 dagen in de week bij de jeugd van TOP Oss. Daarna ben ik altijd veel blijven sporten, met veel variatie. Ik speel padel, tennis, loop hard en houd van mijn racefiets en mountainbike. Heel af en toe zaalvoetbal ik er nog bij. Verder zit ik in een band. Vorig jaar kwamen veel collega's kijken in Doornroosje!

Jullie zijn beiden mentor.
Jojanneke van een mavo 4-klas, Luc van een eerste klas.
Wat houdt het mentoraat voor jullie in?

Jojanneke: “Mijn doel is om leerlingen op een fijne manier naar het examen te brengen, en dat examen te halen. Met ‘een fijne manier’ bedoel ik zorgen dat het thuis, op school en in de klas zo goed mogelijk gaat. In een mavo 4-klas is soms weinig samenhang, iedereen heeft zo zijn eigen vriendenclubje, maar iedereen moet zijn plekje krijgen. Daar probeer ik voor te zorgen.”


Luc: “Dit is mijn eerste jaar als mentor. Ik probeer mijn weg te vinden, erachter te komen wat belangrijk is in het mentoraat. Een eerste klas is een andere doelgroep dan mavo 4. Overeenkomst is wel dat leerlingen een plekje moeten vinden, maar dan in een compleet nieuwe omgeving. De beginfase is belangrijk: het groepsproces, hoe werkt het op een middelbare school? Deze leerlingen hebben de groep misschien nog wel harder nodig om te wennen.”

Heb je als mentor een andere band met leerlingen?

Luc: “Ik ben geen super strakke docent die super consequent is in maatregelen nemen. Een goede band met al mijn leerlingen is belangrijk, ze moeten voor mij willen werken. Met mijn mentorklas gaat dit makkelijker: ik zie ze vaker, ik ben als mentor het aanspreekpunt, ze zien dat ik er voor hen ben. Soms zijn de mentorlessen wel wat uitbundig, zeker de groepsvormingslessen. Maar mijn leerlingen kunnen ook heel rustig en geconcentreerd werken.”

Jojanneke: “Mentorleerlingen staan dichterbij. De behoefte van de leerling is echter wel van invloed op de band die je als mentor met een leerling hebt. Sommige leerlingen hebben geen behoefte aan een mentor en zitten niet te wachten op een mentorband. Maar er zijn ook leerlingen die je wel graag opzoeken en dat is fijn, dat je er voor die leerlingen kunt zijn. Het mentoraat is tweerichtingsverkeer, je moet het samen willen doen, allebei inzet tonen. Samen iets aangaan, betekent dat je achteraf ook kunt zeggen dat je het samen gedaan hebt. Dat is waardevol.”

Hoe ervaren jullie het mentoraat over het algemeen?
Als een verrijking, belasting, uitdaging…?

Jojanneke: “Ik heb dit jaar een fijn mentoraat, net als vorig jaar. Dit heeft ook met het welbevinden van de kinderen te maken. Natuurlijk kan het mentoraat soms een belasting zijn. Als er iets is met een leerling, moet je actie ondernemen. Ik werk graag samen met de ouders. Al is het iets kleins, of staat een leerling op zakken, ik geloof in de driehoek mentor, ouders en leerling. Het kost tijd, maar het is constructief en het past bij mijn manier van werken.”

Luc: “Het mentoraat voelt voor mij als een verrijking. Ik wil graag variatie in mijn werk, ik krijg namelijk meer energie als ik verschillende dingen doe. Daarnaast heb ik veel geluk met mijn klas t1c. Fijne leerlingen, weinig issues.”

Kunnen jullie een voorbeeld geven van een ‘mooi moment’
voor jou als mentor?

Jojanneke: “De praatjes voor de diploma-uitreiking, dat is de kers op de taart. Dan zitten de leerlingen daar met hun gespannen toetjes, om hun ‘eerste echte belangrijke diploma’ in ontvangst te nemen, en dan mag ik iets zeggen. Dan raak ik altijd erg ontroerd. Als ik daar sta, dan ben ik apetrots.”

Luc: “Drie van mijn mentorleerlingen zijn Kandinsky-ambassadeurs. Grappig om te zien hoe zij de leiding durven nemen voor een groep leerlingen en ouders. Ook ben ik laatst naar het basketbaltoernooi geweest om mijn klas toe te juichen. De meisjes moedigden de jongens aan, en andersom. Dan zie je de saamhorigheid: wij zijn een klas. Mooi om te zien!”

Vond je dit een interesant artikel?
Deel het via: