#KANSEN


Nieuwkomers
op het
Kandinsky
College

‘Langzaam is mijn vertrouwen gegroeid’

Ikraan Hyad (v5) komt uit Somalië en begeleidt als buddy een nieuwkomer

Over nieuwkomers op het
Kandinsky Colleg
e

Wereldburgerschap

Een van de belangrijkste ambities van onze school is het wereldburgerschap. Dat betekent dat je leert om vanuit verschillende perspectieven te kijken en verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelt voor de wereld om je heen. Onze internationale invalshoek heeft als motivatie om samen een betere, meer vreedzame wereld tot stand te brengen. Daarom werken wij samen met het Pontem College en ontwerpen we leertrajecten voor leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond. Enerzijds werken we daarmee aan optimale kansen voor iedereen, anderzijds leren we zo over andere culturen en maken we gebruik van de rijke leermomenten die deze verschillen opleveren.

Hoe doen we dat?

Nieuwkomers op het Kandinsky College zijn leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond die de kans willen krijgen hun dromen waar te maken. Deze leerlingen kunnen, afhankelijk van hun niveau, apart les krijgen of verdeeld worden over bestaande klassen. In deze klassen komt extra onderwijsondersteuning en mentoren krijgen extra tijd voor de begeleiding van deze leerlingen. Tot slot is er voor een goede integratie een buddy-systeem ontwikkeld door LO-docent Cesar Peren, waarbij leerlingen van het Kandinsky een tijdje meelopen met een nieuwkomer om hem of haar wegwijs te maken op school. Onder docenten heerst veel enthousiasme en betrokkenheid.

Motivatie

De ervaring leert dat de kinderen die instromen op het Kandinsky, enorm gemotiveerd zijn. Zij krijgen eindelijk de kans om kennis op te doen en gaan voor het hoogst haalbare. Uitdagingen zijn er natuurlijk ook: zo is fietsen naar kamp niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Expert

Het bijdragen aan gelijke kansen in onderwijs is een keuze waar wij achter staan en trots op zijn. Inmiddels is het Kandinsky College expert op het gebied van nieuwkomers in het regulier onderwijs en worden wij regelmatig geconsulteerd door scholen uit de regio.

Meer informatie: m.urselmann@kandinskycollege.nl

Ikraan Hyad was zeven jaar toen ze met haar moeder en zus uit Somalie naar Nederland kwam. Inmiddels is ze 19 en zit ze na vele omzwervingen in 5 vwo- want het duurde lang voordat bleek hoe slim ze was. Ikraan begeleidt andere nieuwkomers in het buddy-project om ze op gang te helpen, en vertelt haar vrolijke verhaal aan het Kandinsky Nieuws. “Ik zit in elke les te glimlachen.”

“Toen wij op mijn zevende in Nederland aan kwamen, was het midden in de winter. Ik herinner me nog hoe fantastisch ik de sneeuw vond. Ik kwam met mijn moeder, die toen zwanger was van mijn broertje, en mijn zus. Mijn vader bleef in Somalië en woont daar nu nog. Soms zien we hem op vakantie, maar daar moeten we hard voor sparen. En we kunnen elkaar steeds minder goed verstaan.

Slim

Ik heb vijf jaar in een AZC gewoond, in Nijmegen en in Grave. Dat waren de leukste kinderjaren die je je maar kunt voorstellen. Al je vrienden waren altijd in de buurt, iedereen was buiten, er waren mensen die zorgden dat wij leuke dingen konden doen. De taal vond ik wel moeilijk. Ik kon heel lang de ‘otje’-ou en de ‘atje’-au niet uit elkaar houden. Ik zat op een speciale school, maar bleef daar ook een keer zitten. Toen we een verblijfsvergunning kregen, mocht ik naar een normale basisschool. Daar bleek ik een enorme achterstand te hebben. Ik kon bijvoorbeeld nog niet klokkijken. Ik werd op een andere school geplaatst, voor kinderen met een achterstand. Niemand had door dat ik slim was, behalve mijn moeder.

"Mijn moeder zegt dat niets aan mij typisch Somalisch is. Dat klopt, want ik heb ook niet zoveel te zeggen over Nederlanders. Ik ben een van hen."

Ambitie

Na de basisschool ging ik naar het basiskaderonderwijs. Ik had goeie cijfers, maar mijn mentor dacht niet dat ik vmbo-t zou kunnen doen. Ik had nog geen ambitie en geloofde haar. Maar mijn moeder en zus geloofden haar niet en werden boos toen de mentor daar niet naar wou luisteren. Uiteindelijk heeft mijn moeder ervoor gezorgd dat ik hier op het Kandinsky terecht kwam. Ik ben begonnen in drie mavo, toen naar de havo, en nu op het vwo. Dan moet je wel wat willen, ja. Eerst wilde ik nog niks, maar wou ik bewijzen dat ik het kon. Toen ik op de havo zat, kreeg ik het idee om architectuur te gaan studeren. Dus ben ik vwo gaan doen. Langzaam heb ik vertrouwen gekregen dat ik het kon. Maar als ik straks klaar ben, ga ik eerst rustig een tussenjaar doen. Ik heb hard genoeg gewerkt.


Mijn moeder is een vrije geest. Ik mag alles van haar, dat is heel bijzonder voor Somaliërs. Ik vond en vind de Nederlandse cultuur ook helemaal niet gek. Wat kinderen hier mogen, mag ik ook gewoon. We zijn wel moslims, we hebben regeltjes, maar als ik wil mag ik gaan feesten met vrienden. Daar bof ik mee. Ook homoseksualiteit vindt mijn moeder heel normaal. Het respect dat ze heeft voor iedereen, heb ik gelukkig ook.

Buddy

Ik ben nu voor de tweede keer buddy, ik help een Koreaans meisje om op gang te komen hier op school. Buddy zijn doe je door te helpen met kleine dingetjes. Sommigen vinden het moeilijk om met een leraar te spreken, of ze weten niet hoe ze een opdracht aan moeten pakken. Mijn buddy mag mij altijd appen. Ik vraag haar ook of ze wel leuke vrienden heeft, of ze het fijn heeft in haar klas. Als ze geen vrienden zouden hebben, was ik haar vriendin geworden. Het is belangrijk om niet met stenen in je schoenen naar school te gaan. Ik heb ’t heel gezellig met haar. We houden allebei van BTS en kijken naar dezelfde serie. Doordat er veel contact is, durft ze me veel te vragen.


Ik vind ’t heel leuk hier op school. Ik zit elke dag te glimlachen in de les. Er zijn veel activiteitendagen, daardoor maak je makkelijk vrienden. Ik vind ’t wel jammer dat ik nooit in de brugklas heb gezeten, want ik wilde zo graag kamperen. Dat ga ik dus doen in mijn tussenjaar. Ik herinner me ook nog dat ik voor de eerste keer leerde over de evolutie. Ik kwam helemaal opgewonden thuis en vertelde het aan mijn moeder. Die zei wel dat wij eigenlijk iets anders geloven, maar ik vond dat ze dit ook moest horen.

Integratie

Ik zie soms hoe moeilijk integratie is. Daar heb ik begrip voor, maar niet wíllen integreren vind ik onbenullig. Zelf integreerde ik het snelst van ons hele gezin. Ik stond open voor alles en ik vond alles leuk. Ik heb ook geen herinneringen meer aan Somalië, ik ben het meeste vergeten van iedereen. Dat komt ook omdat ik heel kinderlijk was toen ik hier kwam. Ik was alleen maar aan het spelen, ik dacht nergens over na. Ik heb veel fantasie en kan heel goed in mijn eigen wereldje zijn.


Mijn moeder zegt dat niets aan mij typisch Somalisch is. Dat klopt, want ik heb ook niet zoveel te zeggen over Nederlanders. Ik ben een van hen.”